Midden-, Oost- en Zuidoost-Europa vormen samen een roerig gebied. Rond de vijfde eeuw na Christus vestigden verschillende Slavische stammen zich in deze regio, en sindsdien hebben Russen, Wit-Russen, Oekraïners, Polen, Tsjechen, Slowaken, Bulgaren, Macedoniërs, Serviërs en Kroaten heel wat geschiedenis geschreven.
In de bachelor Slavische talen en culturen leer je Russisch, Pools, Servisch/Kroatisch of Tsjechisch. Daarbij gaat aandacht uit naar de oorsprong van de Slavische volkeren, die ooit één volk met één gemeenschappelijke Slavische taal moeten hebben gevormd. Ook maak je kennis met de lange culturele traditie van de Slavische landen. Zo bestaat het geschreven Tsjechisch al sinds de dertiende eeuw, en was Bohemen tijdens de reformatie haar tijd ver vooruit op religieus gebied. De Poolse en Kroatische literatuur bereikten op hun beurt hun hoogtepunt in de renaissance. Het beroemdst werd de Russische literatuur van de negentiende eeuw met Poesjkin, Dostojevski en Tsjechov. Het zijn namen die je in je studie zeker tegenkomt, naast moderne schrijvers als Solzjenytsin en Vojnovitsj (Russisch), Miłosz, Kosinski en Szymborska (Pools), Kundera, Havel, Seifert en Hrabal (Tsjechisch), en Andrić, Kiš en anderen (Servisch/Kroatisch).