| Beschrijving: | Archeologen proberen te ontdekken hoe mensen in het verleden leefden. En dat doen ze in heel brede zin. De archeologie wil weten wat mensen vroeger deden, wat ze aten en dronken, wat ze dachten en geloofden, hoe ze de wereld om zich heen zagen en hoe hun wereld er in sociaal opzicht uitzag. Daarbij gebruikt een archeoloog allerlei gegevens: opgegraven voorwerpen (potten, huizen, graven, tempels), oude landschappen die onder de huidige verborgen liggen en oude ‘rommel’ zoals resten van planten en dierenbotten. Bij archeologie denken veel mensen aan Indiana Jones. Hoewel je als archeoloog natuurlijk ontdekkingen doet, verricht je ook veel denkwerk en broed je op nieuwe ideeën over het leven van mensen en samenlevingen in het verleden.
Tijdens het eerste jaar word oriënteer je je breed op het werk van de archeoloog en maak je kennis met enkele hoofdrichtingen in het onderwijs van de opleiding: de West-Europese archeologie, de Mediterrane archeologie en de landschapsarcheologie.
De Mediterrane Archeologie richt zich op de cultuur van vooral de Grieken en Romeinen in het Middellandse zeegebied (tussen 1500 voor Christus en 500 na Christus). Maar ook Kreta, Mycene en de Etrusken komen uitgebreid aan bod.
De West-Europese Archeologie houdt zich bezig met de late prehistorie en de Romeinse tijd in Nederland en omstreken (tussen circa 1500 voor Christus en 500 na Christus). Hierbij gaat het om Kelten, Germanen en Romeinen. In het tweede jaar verdiep je je kennis en in het derde jaar kies je je specialisatie. Gedurende de hele studie speelt veldwerk natuurlijk een belangrijke rol.
Bron: VU Amsterdam
|