Structuur herkennen

Een gesproken of geschreven tekst heeft een structuur. Meestal past deze structuur bij de bedoeling van de tekst. Als dit niet het geval is, heeft de lezer of luisteraar de taak zelf een ordening aan te brengen. Bij het zoeken naar de structuur van een tekst moet er onderscheid worden gemaakt tussen de macro- en de microstructuur van een tekst.

Structuur herkennen. De structuren
Macrostructuur
De belangrijkste structuur van een tekst is de macrostructuur. Hier wordt de indeling van een tekst in deelonderwerpen (hoofdstukken, paragrafen en alinea’s) bedoeld. De macrostructuur geeft in grote lijnen aan hoe het onderwerp besproken wordt en wat de bedoeling van de tekst is.

Microstructuur
Met de microstructuur wordt de structuur van een tekst op het niveau van woorden en zinnen bedoeld. Zoeken naar de microstructuur betekent letten op het belang van woorden, (bijvoorbeeld als signaalwoord), letten op bij elkaar horende zinnen, vaststellen welke zinnen de kern van het betoog vormen en welke alinea’s belangrijk zijn.

Reeks en rangordening
De microstructuur van een tekst kan bestaan uit een reeks of een rangorde. Kenmerkend voor een reeks is dat de delen een gelijke waarde hebben. Bijvoorbeeld een reeks eigenschappen of een reeks oorzaken en gevolgen. Een reeks kan een eenvoudige of een ingewikkelde structuur hebben. Een reeks met een eenvoudige structuur is bijvoorbeeld de opsomming van kenmerken.

Een reeks met een ingewikkelde structuur is bijvoorbeeld oorzaak en gevolg, waarbij het gevolg weer een oorzaak is voor een ander gevolg, enzovoorts. Soms wordt in een tekst een oorzaak genoemd en vele gevolgen of meerdere oorzaken voor een gevolg. Reeksen met een ingewikkelde structuur zijn meestal gemakkelijk te vinden, omdat signaalwoorden worden gebruikt voor de omschrijving van de structuur.

Als de structuur van een tekst bestaat uit een rangorde zijn de onderdelen ongelijkwaardig. Voorbeelden van ongelijkwaardige delen van een tekst zijn: een hoofdstelling en argumenten voor en tegen, hoofdzaken en bijzaken, algemene en bijzondere zaken, een stelling en voorbeelden. De lager geordende zinnen staan als het ware in dienst van de hoger geordende zinnen. Ook rangordeningen kunnen een eenvoudige of een ingewikkelde structuur hebben. Een eenvoudige structuur is: een stelling en een voorbeeld van wat met de stelling bedoeld wordt of het onderscheid in hoofd- en bijzaak. Een auteur geeft met signaalwoorden aan of iets gezien moet worden als een gevolg of een oorzaak, een hoofd- of een bijzaak. Soms heeft een ordening in een tekst een ingewikkelde structuur. Het betoog over een onderwerp heeft dan dus een ingewikkeld schema. Ordeningen met een eenvoudige of ingewikkelde structuur zijn meestal gemakkelijk te vinden door de aanwezigheid van vele signaalwoorden.

Manieren om beter de structuur te herkennen
Concentreer je tijdens het lezen eerst op het achterhalen van de macrostructuur. Daarna zorg je dat weet welke microstructuren je kunt verwachten van een tekst: eenvoudige of ingewikkelde reeksen, eenvoudige of ingewikkelde ordeningen.

Probeer doel en macrostructuur van een tekst globaal vast te stellen door de inhoudsopgave te bekijken: de indeling van stukken in delen, hoofdstukken, paragrafen, door het woord vooraf te lezen, door plaatjes en figuren te bekijken. Een indruk van de schrijfstijl van de auteur kun je krijgen door de eerste en laatste regels van hoofdstukken te lezen.

Voor je de paragraaf of het hoofdstuk gaat lezen om de tekst te begrijpen lees je de tekst zoekend door naar de microstructuur: betekenisvolle woorden, signaalwoorden, leestekens, zinsconstructie, opmaak van zinnen, alinea’s, onderstrepingen, vette of schuine druk. Uit deze tekstaanwijzingen valt af te leiden wat de belangrijke woorden en wat de belangrijke zinnen zijn.

Lees de tekst nu nogmaal door en let daarbij op aanwijzingen voor de microstructuur. Maak aantekeningen.

Regelmatig oefenen van deze punten is nodig en helpt structuur herkennen.

Structuur aanbrengen

Om een tekst goed te kunnen onthouden is het belangrijk zelf structuur aan te brengen. Dit betekent dat je selecteert wat je globaal wil of moet onthouden omdat het belangrijk is. Hierbij moet je erop letten dat je datgene wat belangrijk is, vertaalt in je eigen woorden. Dit maakt het onthouden van informatie veel makkelijker.

Afbeelding: shopbuddie.nl

Structuur aanbrengen. Hoe doe je dat?

  • Stel tijdens het lezen van een tekst vast in hoeverre de schrijver een duidelijk herkenbare structuur heeft aangebracht. Indien de structuur duidelijk is kan die versterkt worden. Zo niet, dan moet die na het lezen van de tekst aangebracht worden. Bepaal de uiteindelijke structuur van elk betoog in een tekst: Wat is de stelling? Wat is het standpunt van de schrijver? Welk standpunt neemt de lezer in volgens de schrijver? Wat zijn de argumenten voor en wat de argumenten tegen? Wat zijn de conclusies?
  • Maak aantekeningen van de belangrijke woorden en ideeën. Schrijf deze op zonder dat ze een afgerond verhaal vormen. Het gaat meer om woorden, korte zinnetjes en commentaren met vermelding van de bladzijden of de titels van hoofdstukken of paragrafen om te weten op welk deel van een tekst de aantekeningen slaan. De aantekeningen zijn geheugensteuntjes voor wat je weet van een tekst.
  • Maak een schema op papier van de macrostructuur van de tekst en de microstructuur van de onderdelen. Onderscheid per onderdeel belangrijke woorden, stelling en positie, oorzaken en gevolgen volgens de tekst. Gebruik cirkels en blokken voor belangrijke onderwerpen en geef de relaties aan met pijlen. Bij het maken van een schema werk je aantekeningen uit tot een meer begrijpelijk geheel. Het schema vat de belangrijkste gegevens samen en geeft verbanden weer tussen de feiten en ideeën. De stappen in een betoog, stellingen en standpunten, argumenten en conclusies worden schematisch vermeld. Argumenten voor en tegen, voor- en nadelen, oorzaken en gevolgen, fasen van ontwikkeling worden genummerd en met pijlen verbonden.
  • Maak een samenvatting van het betoog op papier. Lees de tekst en kies de kortst mogelijke zinnen die de stellingen en standpunten, oorzaken en gevolgen, voor- en nadelen, de fasen van een ontwikkeling juist en begrijpelijk weergeven. Laat alle bijzaken achterwege.
  • Streep de belangrijke woorden en zinnen aan, schrijf trefwoorden in de kantlijn, markeer signaalwoorden die verbanden of stellingen aangeven, standpunten of argumenten aankondigen. Verder kun je opsommingen nummeren, argumenten voor en tegen verbinden met conclusies, fasen van een ontwikkeling nummeren, belangrijke stukken tekst in een blok zetten.
  • Ga na of het schema, de samenvatting, de onder- en aanstrepingen, de markeringen een goed beeld geven van de belangrijkste delen en van de structuur van de tekst. Leer deze hoofdpunten door deze te herhalen tot je ze weet.
  • Regelmatig oefenen van deze punten is nodig en helpt structuur aanbrengen.

Verbanden leggen

Een goede manier om er voor te zorgen dat je een tekst beter onthoudt, is het leggen van verbanden tussen de nieuwe informatie en dingen die je al weet. Dit gebeurt door te denken aan twee zaken: de nieuwe informatie die we moeten onthouden en voorbeelden, toepassingen of ervaringen.

Verbanden leggen. De belangrijkste punten:

  1. Stel tijdens het lezen van een tekst vast in hoeverre de schrijver verbanden legt met andere onderwerpen en andere vakken. Probeer zelf bij elk onderwerp te bedenken wat je er al van weet. Wat heb je eerder gehoord, gezien of gelezen?
  2. Bedenk bij elk onderwerp wat het nut kan zijn dat je het leert. Zaken waarvan je hebt bedacht hoe nuttig ze kunnen zijn, leer je gemakkelijker dan zaken waarvan je het nut niet inziet.
  3. Bedenk bij elk onderwerp voorbeelden van wat in de tekst staat. Als in de tekst ook voorbeelden zijn gegeven bedenk je zelf nieuwe.
  4. Schrijf bij je aantekeningen (schema, samenvatting, bij de tekst) welke toepassingen je kunt bedenken voor de onderwerpen in de tekst en met welke andere vakken je verbanden ziet.
  5. Leer niet alleen de zaken uit de tekst, maar ook de voorbeelden, toepassingen en verbanden die jezelf hebt bedacht.

Regelmatig oefenen van deze punten is nodig en helpt verbanden leggen.

Uit je hoofd leren

Bij uit het hoofd leren gaat het erom informatie precies in het geheugen op te slaan. Dit speelt een belangrijke rol als we weinig of niets van het onderwerp weten.

Uit het hoofd leren is voornamelijk gebaseerd op het herhalen van de waarneming. Verder is het belangrijk om te weten dat mensen in minder tijd leren als ze gespreid leren. Dus als je een uur achter elkaar leert, onthoud je de informatie minder goed dan wanneer je vier keer een kwartier met onderbrekingen leert. Ook is het belangrijk op verschillende manieren te leren, bijvoorbeeld door de informatie te lezen, hardop te lezen en op te schrijven. Het meest belangrijk blijft echter: herhaling.

Hoe leer je uit je hoofd?
Leren door groeperen
Zaken kunnen gegroepeerd worden naar onderwerp. Dit is een bijzondere vorm van betekenissen verbinden aan wat je moet leren. Wat hebben woorden, tekens, formules of gebeurtenissen gemeenschappelijk? Het meest effectief zijn groeperingen naar betekenis. Zaken die je uit je hoofd moet leren kun je naar elk onderwerp groeperen. Je onthoudt dan de zaken per onderwerp. Met groeperen gaat het leren gemakkelijker.

Leren met ezelsbruggetjes en geheugensteuntjes
Ezelsbruggetjes en geheugensteuntjes zijn bedenksels die geen direct verband houden met wat je uit het hoofd leert. Ezelsbruggetjes gebruiken mensen voor zaken die niet gemakkelijk te begrijpen zijn maar toch onthouden moeten worden. Meestal verzin je een zin, een verhaal, een rijmpje of versje, een wandeling door een ruimte die je gemakkelijker onthoudt. Daaraan wordt gekoppeld wat je moet onthouden.

Afbeelding: softskills.nl

Manieren om beter uit je hoofd te leren
Bedenk dat uit het hoofd leren gebaseerd is op herhaling en het leggen van verbanden met wat je al weet. Verder is het belangrijk niet lang, maar vaak te leren. Met meer zintuigen leren gaat sneller, dan met een.

Lees wat je uit je hoofd moet leren heel precies. Herhaal het daarna zonder te kijken. Controleer onmiddellijk of je het goed hebt. Als je in het begin van het leren fouten maakt, blijven die terugkomen. Als je veel moet leren bouw je het op. Je begint een klein gedeelte van de tekst goed te leren, daarna ga je verder met het volgende stuk en je herhaalt het eerste stuk tekst. Dit doe je net zolang tot je alles geleerd hebt.

Leg verbindingen tussen de nieuwe informatie en dingen die je al weet. Dit helpt je de tekst beter te onthouden.

Groepeer wat je moet onthouden naar betekenis, beeld, klank, volgorde, tijd of plaats. Het groeperen kan gebeuren naar elke denkbare overeenkomst of elk verschil.

Bedenk ezelsbruggetjes of geheugensteuntjes als het niet anders kan.

Regelmatig oefenen van deze punten is nodig en helpt beter uit het hoofd te leren.

|