Lezen is het belangrijkste onderdeel van leren en studeren. Effectief lezen betekent snel en goed lezen, waarbij de gewenste informatie zo veel mogelijk uit de tekst wordt gehaald. Om sneller te leren lezen, moet je proberen meer woorden in een keer te zien. Verder moet je afleren met de lippen te bewegen en bij te wijzen. In plaats van met het hoofd moet je met de ogen leren bewegen. Deze bewegingen moeten zo minimaal mogelijk zijn.

Bij het lezen voor studiedoeleinden is het verder belangrijk zo snel mogelijk een overzicht te hebben van de tekst. Wat bedoelt de schrijver? Hoe heeft de auteur het opgeschreven en waarom? Wat willen we weten en waar staat dat? Je moet een tekst op verschillende manieren lezen: oriënterend, zoekend, begrijpend, analytisch en herhalend (OZBAH-lezen).

Bekijk hier een filmpje: Begrijpend Lezen – Strategieën

Effectief leren (lezen)

  • Allereerst lees je een tekst oriënterend. Zo krijg je een globaal idee van het onderwerp van de tekst en de manier waarop dit wordt behandelt. Als je dit eenmaal weet, kun je makkelijker meedenken met de tekst, lees je sneller en begrijp je de tekst beter. Begin met het lezen van de titel en bedenk waar het boek of de tekst over zal gaan. Daarna kijk je in de inhoudsopgave of dit klopt. Bekijk de verschillende hoofdstukken en eventuele bijlagen met toelichtingen of bijzonderheden. Hierbij let je vooral op de titel per hoofdstuk, de paragraaftitels, de figuren en plaatjes. Lees hier en daar kleine stukjes tekst, zodat je een idee krijgt van de moeilijkheid van de tekst en de hoeveelheid tijd die het zal kosten om het (gedeeltelijk) door te nemen.
  • Nu je weet waar de tekst ongeveer over gaat, lees je de tekst zoekend. Het doel hiervan is te weten te komen wat hoofdzaken, bijzaken, belangrijke en onbelangrijke stukken van een tekst zijn. Bij zoekend lezen van een tekst laat je je ogen over de tekst glijden en kijk je welke hoofdwoorden vaak (gezamenlijk) voorkomen, welke woorden vet, schuin gedrukt of onderstreept zijn of op een andere manier opvallend in de tekst staan. Het kan handig zijn die woorden op te schrijven. Verder moet je letten op kernzinnen. Deze worden vaak begonnen met een signaalwoord: “Het is belangrijk dat”, “Samenvattend:” of “In het algemeen”. De eerste en laatste alinea van een tekst geven meestal informatie over de centrale gedachten van een tekst.
  • Vervolgens lees je de tekst begrijpend. Hierbij probeer je het betoog van een tekst te achterhalen. Gekeken moet worden naar wat de schrijver duidelijk probeert te maken en naar wat de feiten en conclusies zijn. Dit doe je door zinnen aandachtig te lezen en te proberen te begrijpen. Noteer kort belangrijke zaken of maak een aantekening in de tekst.
  • Als in de tekst sommige stukken belangrijk of moeilijk blijken lees je deze stukken analytisch. Dit doe je om de waarde van de centrale gedachten van een tekst en de argumenten voor en tegen precies te weten te komen. Probeer zin na zin, te begrijpen wat er precies staat en beoordelen in hoeverre het gelezene waar is. Probeer de regels van de redeneerkunst of logica toe te passen en vergelijk feiten die je van andere teksten kent met gegevens die in het te analyseren stuk worden gegeven. Aan het eind van het analytisch lezen kom je meestal tot een conclusie: je begrijpt de tekst of niet, de schrijver heeft geheel of gedeeltelijk gelijk of niet. Zie ook argumenten analyseren.
  • Als je een hoofdstuk hebt doorgenomen, lees je de hele tekst herhalend door. Ga snel langs de tekst en probeer de belangrijke woorden, zinnen, figuren en paragrafen te herkennen en de grote lijn van de tekst te bevatten. Gebruik je aantekeningen of markeringen van belangrijke zaken.

Regelmatig oefenen van deze punten is nodig en verbetert het vermogen tot effectief lezen.