In Nederland is de wetgeving met betrekking tot het kopen, bezitten en gebruiken van drugs best wel duidelijk, toch? 

Iedereen weet dat je vanaf je achttiende in legale coffeeshops 5 gram hennep kunt kopen.
Je kunt hennep ook gebruiken – thuis en zelfs op straat – zonder dat de politie je daarover lastig valt. Dat heeft te maken met onze Opiumwet, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen soft- en harddrugs.

Door softdrugs uit het criminele circuit te weren, wordt de kwaliteit van deze drugs enigszins gewaarborgd. Dit bevordert de volksgezondheid, die een belangrijke rol speelt in de Nederlandse Opiumwet.
In de wetgevingen op drugsgebied van andere Europese landen kom je dit gezondheidsaspect niet of nauwelijks tegen.

Voor harddrugs – zoals heroïne, cocaïne, amfetamine/speed en XTC – geldt een heel ander verhaal.
Wanneer je in het bezit bent van deze middelen, kun je ook in Nederland in de problemen raken met de politie of de douane.
Er wordt natuurlijk wel gekeken hoeveel drugs je op zak hebt.
Met andere woorden: als je een pilletje XTC of speed op een house-party in je bezit hebt, zal niemand er problemen over maken.

Of het allemaal zo verstandig is, dat is een ander verhaal. Maar je komt wel in de problemen als je gepakt wordt bij het afleveren van tien XTC-pillen bij zo’n house-party, of als je wordt aangehouden met bijvoorbeeld dertig joints op zak.
Dan gaat het verhaal “voor eigen gebruik” niet meer op en wordt je ook in Nederland gearresteerd en gerechtelijk vervolgd.

Opiumwet
Het gebruik van illegale drugs is in Nederland verboden op grond van de Opiumwet. In deze wet, die dateert uit 1919 en verscheidene malen is herzien, zijn de regels vastgelegd voor de productie, distributie en het bezit van ‘bewustzijns-beïnvloedende’ middelen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen drugs met een onaanvaardbaar risico (harddrugs zoals heroïne, cocaïne en LSD) en hennepproducten (softdrugs, zoals hasj en marihuana). De Opiumwet heeft twee lijsten als bijlagen. Harddrugs zijn geplaatst op lijst I, softdrugs op lijst II. Bezit, handel en productie zijn voor àlle drugs strafbaar gesteld, behalve voor medische, wetenschappelijke en instructieve doelen als daarvoor verlof is verleend. Harddrugsdelicten worden zwaarder bestraft dan softdrugsdelicten.

Het openbaar ministerie (OM) is belast met de handhaving van de verbodsbepalingen in de Opiumwet. Het OM heeft richtlijnen opgesteld voor de opsporing en vervolging van overtredingen van de Opiumwet. Hoogste prioriteit heeft de in- en uitvoer van harddrugs. Opsporing en vervolging van het bezit van kleine hoeveelheden soft- en harddrugs voor eigen gebruik heeft de laagste prioriteit. In het Nederlandse strafrecht is het opportuniteitsbeginsel opgenomen. Dit houdt in dat het OM kan afzien van vervolging als hiermee het algemeen maatschappelijk belang gediend is.

Afbeelding: kortrijk.be

Coffeeshops
Hoewel de bestrijding van de handel in harddrugs prioriteit heeft, streeft de Nederlandse overheid er wel naar om grip te houden op de handel in softdrugs. Zo moeten coffeeshops zich houden aan de zogenoemde AHOJ-G-criteria: geen Affichering (reclame enz.), geen Harddrugs verkopen, geen Overlast veroorzaken, geen toegang tot coffeeshops voor Jeugdigen (onder 18 jaar), en geen verkoop van Grote hoeveelheden (meer dan 5 gram) per transactie. De maximaal toegestane handelsvoorraad is 500 gram, maar de Nederlandse gemeenten hebben de bevoegdheid het maximum binnen hun grenzen te verlagen. Op 21 april 1999 is artikel 13b van de Opiumwet, beter bekend onder de benaming ‘Damocles-regeling’, in werking getreden. Dit artikel biedt gemeenten een aantal extra mogelijkheden om op te treden tegen coffeeshops.

Smartshops
De laatste jaren zijn er ook smartshops, die bijvoorbeeld ‘paddo’s’, vitaminepreparaten en medicijnen verkopen. De shops mogen alleen legale producten verkopen. Ze vallen onder diverse regelgeving: de Opiumwet, de Warenwet, de Wet op de geneesmiddelenvoorziening, de Wet voorkoming misbruik chemicaliën en het Wetboek van Strafrecht.

Bron: Trimbos Instituut