Wat is het?

Tabak wordt gemaakt van de tabaksplant.

De Latijnse naam voor die plant is Nicotiana tabacum. Er komen meer dan 4000 chemische stoffen vrij bij het roken van tabak, waarvan de stof nicotine het verslavende effect geeft bij de roker. Van de overige stoffen weten we dat ze een schadelijk effect hebben op de longen en luchtwegen.

Om tabak te maken moeten de bladeren van de tabaksplant eerst drogen. De droge bladeren worden daarna gefermenteerd. Dat is een soort gistingsproces waardoor de tabak kleur, geur en smaak krijgt.

Na 10 weken is de bereiding van de tabak klaar. Voordat je er sigaren of sigaretten van kunt maken moet de tabak nog een paar jaar blijven liggen.

Om verschillende smaken te krijgen, gebruik je verschillende soorten tabak door elkaar. Dat noem je blend. Ook stroop, honing en pepermunt geven de tabak smaak en geur.

Je kunt tabak roken in een sigaret, een sigaar, als shag of met een pijp. Vroeger snoof of pruimde (erop zuigen) men de tabak ook.

Vanaf de 17 e eeuw ontstonden in Amsterdam en Rotterdam belangrijke internationale tabaksmarkten. De oude Van Nelle-fabriek in Rotterdam is daar nog een bewijs van.

Tabak – hoe werkt het?
De nicotine komt via je longen in je bloed. Je hart gaat sneller kloppen en tegelijkertijd vernauwen je kleine bloedvaten. Hierdoor stijgt je bloeddruk.

Het effect van nicotine is per persoon anders. Je kunt je er rustiger door voelen, of beter geconcentreerd. Ook heb je minder trek in eten en kun je er vrolijk van worden. Sommige mensen voelen zich meer zelfverzekerd als ze roken.

Het effect komt snel en duurt kort: na een half uurtje heb je alweer zin in de volgende sigaret.

Als je niet kan of mag roken of gestopt bent, kun je onrustig worden, sneller geïrriteerd raken en slechter slapen.

Nicotine is lichamelijk, maar vooral geestelijk erg slavend. Als het eenmaal een gewoonte is geworden, is het stoppen met roken voor veel mensen ontzettend moeilijk.

Gebruik en Risico’s
In de tabaksrook zitten een heleboel stoffen die slecht zijn voor je lichaam. De belangrijkste slechte stoffen zijn nicotine, koolmonoxide en teer.

Nicotine maakt je bloedvaten nauwer waardoor het bloed minder goed door je lichaam kan stromen. Hierdoor kun je allerlei ziektes krijgen die met hart en bloedvaten te maken hebben, zoals een hersenbloeding en een hartinfarct.

Nicotine is een stof waaraan je snel verslaafd raakt en waarvan je steeds meer wilt gebruiken.

Koolmonoxide is giftig en zorgt dat er minder zuurstof in je bloed komt. Daardoor kun je het benauwd krijgen.

De teer blijft plakken aan de trilhaartjes in je longen en luchtpijp. Die trilhaartjes zijn er om je longen en luchtpijp schoon te maken. Door de teer gaan de trilhaartjes steeds minder goed werken. Daarom ga je hoesten. Je kunt longziektes krijgen als bronchitis, longemfyseem en longkanker.

Als je een long van een roker vergelijkt met een niet-roker, schrik je echt! Pikzwart, al na een aantal sigaretten zijn je longen zwart van de teer. Aan de buitenkant zie je niet hoe je longen zijn, maar je merkt het vooral aan je conditie. Rokers zijn vaak kortademig. Onderzoek wijst uit dat rokers eerder sterven dan niet-rokers.

Rokers hebben een slechte adem en krijgen verkleurde tanden vergeleken met niet-rokers. Door de rook verlies je reuk- en smaaksensoren, hierdoor ruik en proef je minder goed. Die slechte adem en rook-lucht ruiken vooral de niet-rokers. Ook moet je vaker behangen of opnieuw schilderen thuis, doordat de rook alles doet vergelen.

In de tabaksrook zitten allerlei stoffen waarvan je kanker kunt krijgen aan mond, longen, keel, slokdarm, strottenhoofd, nieren, baarmoeder, alvleesklier en blaas.

Iemand die zwanger is kan beter niet roken. Tabaksrook is slecht voor de baby, het kindje groeit minder goed in de moederbuik en kan allerlei afwijkingen krijgen.

Als je in een rokerige ruimte bent kun je door het gebrek aan frisse lucht duizelig of misselijk worden. Je kunt zelfs flauwvallen omdat er te weinig zuurstof is.

Neem iemand die van de rook misselijk of duizelig is geworden mee naar buiten of naar een ruimte met voldoende frisse lucht. Als dat niet helpt kun je het best hulp vragen van een dokter of naar een ziekenhuis gaan.

Wet en Regelgeving
Wat wel en niet mag met tabak wordt geregeld in de Tabakswet . Je mag roken volgens die wet, maar de overheid wil liever niet dat mensen roken. Daarom zijn er allerlei regels bedacht die het je moeilijk maken om te roken.

Tabaksproducten mag je kopen als je ouder bent dan 16 jaar.

Op ieder pakje moet staan dat roken slecht is voor je gezondheid.

Er mag bijna nergens reclame gemaakt worden voor sigaretten of andere rookwaren.

In openbare ruimten en op het werk, dus ook op scholen, mag niet gerookt worden.

In een sigaret mag niet meer dan 10 mg teer, 1 mg nicotine en 10 mg koolmonoxide zitten.

Sinds 1 januari 2004 mag niet meer gerookt worden in het openbaar vervoer zoals in treinen en taxi’s. In vliegtuigen mocht je al sinds 17 juli 2002 niet meer roken.