'Lerarenopleiding moet op de schop' DEN HAAG - De structuur van de pabo, de lerarenopleiding voor het basisonderwijs, staat ter discussie. Staatssecretaris Van Bijsterveldt van Onderwijs vindt dat moet worden nagedacht over een andere opbouw, om betere docenten te kunnen afleveren. Ze zegt dit in reactie op het rapport Rekenen op de basisschool van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, dat vanmiddag in Den Haag is gepresenteerd. Complete make-over In dat rapport worden harde noten gekraakt over het dalende rekenniveau van basisscholieren. Volgens de commissie-Lenstra wordt dit veroorzaakt doordat de onderwijzers in rekenen ondermaats worden opgeleid. ‘We moeten naar een complete make-over van de pabo’, zegt Jan Karel Lenstra van het Centrum Wiskunde & Informatica in Amsterdam. ‘Je ontkomt er nu niet aan die op zijn fundamenten te bekijken.’ Staatssecretaris Dijksma van Onderwijs noemt het rapport een scherp signaal. ‘De KNAW legt de vinger op de zere plek. De bezorgdheid over rekenen is terecht. Het niveau daarvan kán en moet omhoog.’ Haar collega Van Bijsterveldt wil het komende halfjaar gebruiken om verschillende varianten te bespreken, waarna ze half juni met voorstellen komt. Een concrete mogelijkheid is weer verschillende bevoegdheden in te stellen voor het les geven aan leerlingen uit de hoogste groepen van de basisschool, en aan de lagere groepen. Ook moet gekeken worden naar de verhouding vakkennis en algemeen pedagogisch-didactische vakken. Overladen ‘Ik onderschrijf de zorgen van de KNAW over het rekenonderwijs volledig. Maar ook in het algemeen maak ik me zorgen over de breedte van het curriculum van de pabo’, zegt staatssecretaris Van Bijsterveldt. ‘Het programma is nu overladen. Nu krijgen studenten van alles wat, maar niets echt diep. Het gaat van ontwikkelingspsychologie voor kleuters tot rekenvaardigheid voor groep 8. Is er wel voldoende tijd voor al die vakken?’ Ontvlechting van de pabo hoort tot de mogelijkheden. ‘Je zou kunnen denken aan twee richtingen die ook tot twee verschillende bevoegdheden leiden: een voor het jongere en een voor het oudere kind. Maar je kunt ook denken aan één basisjaar voor iedereen, waarna je je voor een richting specialiseert. Maar ik ga niet voor de korte klap. Dit vereist zorgvuldigheid.’ Tot de vorming van de basisschool in 1985 bestonden er twee verschillende lerarenopleiding: de KLOZ voor de kleuterschool (nu groep 1-2), en de pedagogische academie voor de lagere school (nu groep 3-8). Vooruitgang Voor wat betreft de verhouding vakkennis en pedagogisch-didactische vakken zegt Van Bijsterveldt: ‘De pabo’s boeken wel degelijk vooruitgang. We zijn met de kennisbasis van de HBO Raad (waarin is vastgelegd wat pabo-gediplomeerden van allerlei vakken moeten weten, red.) al de weg ingeslagen naar een steviger verankering van kennis in het curriculum. Daarmee maken we een forse slag, iets wat in het hbo nooit eerder is gebeurd. Gevolg daarvan zal zijn dat allerlei andere activiteiten een minder prominente plek krijgen, al zijn allerlei reflectievaardigheden en verslagen ook belangrijk. Maar we hebben met elkaar vastgesteld dat vakkennis een steviger positie moet krijgen binnen de pabo’s.’ De kwaliteit van de pabo moet boven alle twijfel verheven zijn, vindt Van Bijsterveldt. ‘Het is niet goed dat er van zoveel kanten kritiek is op het niveau, terwijl de pabo’s zelf hard vechten om de studenten met alle achtergronden op het vereiste niveau te krijgen.’ Dijksma signaleert dat voor taal en rekenen met de eerder vastgestelde referentieniveaus al een stap gezet is. Ook onderstreept ze de noodzaak van nascholing van de huidige groep leraren. Dat de commissie-Lenstra geen voorkeur uitspreekt voor het realistisch rekenen of de meer tradionele methode noemt Dijksma niet laf. ‘Ze hebben geen overtuigend bewijs kunnen vinden voor het een of het ander. Maar we nemen de suggestie van de commissie wel over om nader vergelijkend onderzoek hiernaar te doen.’ Loopgravenstrijd In afwachting daarop vindt Dijksma dat het met de loopgravenstrijd over het rekenen tussen de professoren nu wel even afgelopen mag zijn. Wel erkent ze dat de dominantie van het realistisch rekenen in de methodes wel erg groot is geworden. De staatssecretaris wil dan ook het geld voor research & development op dit gebied anders gaan verdelen. ‘Dat gaat tot nu toe naar een van beide didactische richtingen. Het is goed dat voortaan breder in te zetten.’ Voor wat betreft de nascholing van bestaande docenten erkent Dijksma dat er nog een wereld te winnen is. Uit het KNAW-rapport blijkt dat Nederlandse onderwijzers hieraan bijna niets doen. ‘Ik schrik ervan te lezen dat scholen het geld dat ze wel krijgen voor nascholing veel te weinig inzetten. Ik wil ze daar wel toe aanzetten.’ Ze omarmt dan ook de suggestie van commissie-voorzitter Lenstra om de aanschaf van nieuwe rekenboekjes op de basisschool volgend jaar aan te grijpen om de meesters en juffen te laten nascholen.
Bron: deVolkskrant.nl
Door Joshua op Thursday, 05 November 2009, 09:24:38
|