„Proeven moet je leren net als lezen en kijken naar kunst. Leren proeven van de natuur is een eeuwenoude kunst die we denk ik een beetje zijn kwijtgeraakt”, aldus Veerman. Via de smaaklessen, tot stand gekomen door het Voedingscentrum, Wageningen Universiteit en het ministerie van Landbouw, kunnen kinderen op een speelse manier meer te weten komen over voeding en de herkomst van voedsel. 
„Vraag thuis waar de zuurkool vandaan komt”, hield Pierre Wind de leerlingen voor. En: „Altijd proeven. Als je mijn dropsoep zou proeven, waarom probeer je dan niet de aubergine. Veerman had ook wat opgestoken van de les. „Ik heb nu voor het eerst gehoord van peper op aardbeien om de aardbeiensmaak te versterken. Deze kinderen zijn er achter gekomen dat de mooiste aardbeien eigenlijk nooit de zoetste zijn. Het is belangrijk ze het vermogen des onderscheids bij te brengen.”
Waar Pierre Wind als een cabaretier optrad, ving Veerman de aandacht van de scholieren door fruit met ze te eten en veel te vertellen over aardappels. „De minister was zelf vroeger aardappelboer, maar dat moet je niet zeggen”, informeerde Wind de kinderen vlak voordat Veerman kwam.
Veerman zelf vertelde honderduit over hoe hij als kind hielp bij het rooien van de aardappels, dat een aardappel een blauwe plek krijgt als je hem laat vallen en dat een groen plekje betekent dat de aardappel boven de grond is gegroeid. Vooral toen hij uitlegde dat er 250 verschillende soorten aardappels zijn, had hij de aandacht van de Voorburgse kinderen. „Alle soorten smaken anders. En voor friet moet je echt andere hebben dan voor aardappelsalade.”