Verkiezingen 2008De Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2008 4 november 2008. Deze presidentsverkiezingen zullen uitmaken wie George W. Bush zal opvolgen en de 44e President van de Verenigde Staten zal worden. Volgens Amendement XXII van de Grondwet van de Verenigde Staten mag Bush namelijk niet meer dan twee termijnen als president vervullen. zullen worden gehouden op De verdeling van kiesmannen over de staten zal hetzelfde blijven als in de presidentsverkiezingen van 2004, namelijk gebaseerd op de census van 2000. De presidentsverkiezingen zullen op dezelfde dag worden gehouden als de parlementsverkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Tevens zullen er in 11 staten ook gouverneursverkiezingen plaatsvinden. De winnaar zal worden ingehuldigd op 20 januari 2009.
Kanditaten
Sinds de parlementsverkiezingen op 7 november 2006 volgden de kandidaatstellingen elkaar – vooral in de eerste maanden van 2007 – snel op, tot in september 2007 de laatste kandidaten zich meldden. De presidentskandidaaten dienden zich officieel te registreren bij de Federale Verkiezingscommissie. Sommige verkiezingskandidaten zijn intussen gestopt, wegens gebrek aan succes. Na de reeks van voorverkiezingen werden uiteindelijk door de Republikeinen de senator uit Arizona, John McCain de kandidaat voor het presidentschap. McCain koos Sarah Palin, de gouverneur van Alaska, als zijn running mate. Voor de Democraten werd senator Barack Obama uit Illinois de presidentskandidaat. Joe Biden, zijn collega in de senaat uit Delaware, werd door Obama als zijn running mate gekozen. Onafhankelijke kandidaten Een kandidaat kan ook met behulp van een andere partij of onafhankelijk (independent) mee doen aan de presidentsverkiezing. Ross Perot wist als outsider in 1992 18,9% van de kiezers achter zich te scharen, maar won uiteindelijk geen enkele staat. De grootste hindernis voor kandidaten die via deze weg mee doen, is om ballot access te krijgen in elk van de 50 Staten van de Verenigde Staten en Washington D.C.. Ralph Nader was, als kandidaat voor de Green PartyAmerikaanse presidentsverkiezingen 2000 George W. Bush de verkiezingen kon winnen van Democratische kandidaat Al Gore. in 2000, bijv. maar op 44 ballots verkiesbaar. Desondanks wordt Nader door Democraten beschuldigd van het stelen van beslissende stemmen tijdens de waardoor George W. Bush de verkiezingen kon winnen van Democratische kandidaat Al Gore. Voornaamste kwesties in de verkiezingsstrijd McCain heeft een duidelijk voordeel als het gaat om buitenlandse politiek en militaire kwesties zoals de Irak-oorlog. Hij wordt ook gezien als de sterkere leider in crisissituaties. Dit heeft te maken met zijn leeftijd en met zijn gevechtservaring. Zijn keuze voor een veel jongere, vrouwelijke politicus gaf hem aanvankelijk een sterke impuls, waardoor hij na de Republikeinse conventie voor het eerst een voorsprong kreeg in de polls. Obama geniet echter meer vertrouwen als het gaat om economische kwesties, waarvan McCain overigens heeft toegegeven er minder verstand van te hebben. Na de melt-down van Amerikaanse zakenbanken in de derde week van september (zie hiervoor de Kredietcrisis) herkreeg Obama momentum, tot een 52%-43% voorsprong in een poll van Washington Post/ABC. Beide kandidaten claimen hervorming van de "oude politiek", de in Washington gecentreerde, sterk door lobbygroepen beïnvloede staatsmacht. In dit opzicht doen de kandidaten weinig voor elkaar onder; sommige 'linkse' Democraten als Robert F. Kennedy Jr. verwijten McCains running mate Sarah Palin echter een product te zijn van de olie-lobby. Swing States, Swing Voters Traditioneel is een beperkt aantal staten beslissend tijdens presidentsverkiezingen. Bij de beruchte verkiezing van 2000 (Bush. vs. Gore) gaf een meerderheid van 537 stemmen in Florida de doorslag. Ook de kleine staat New Hampshire (4 kiesmannen) was bijzonder spannend en had eveneens de doorslag kunnen geven. Deze staten, alsmede onder andere Colorado, Pennsylvania, Michigan en Virginia, zijn ook nu weer zwaar bevochten; de staat Ohio met 20 kiesmannen lijkt ditmaal echter de voornaamste Swing State te worden. Swing voters, de grote groep kiezers die makkelijk van het ene naar het andere kamp overstapt dan wel helemaal nog geen stem heeft bepaald, kunnen (net als in Nederland) het beeld drastisch wijzigen. De belangrijkste groepen zijn hier blanke vrouwen, blanke katholieken (zowel mannen als vrouwen) en 'onafhankelijke' kiezers die zich niet hebben geregistreerd als supporter van een partij (overigens zegt registratie niet zo heel veel; een Democraat kan b.v. gewoon stemmen voor een Republikeinse senator). Direct na de keuze voor Sarah Palin als running mate stapten blanke vrouwen massaal over naar het Republikeinse kamp, om twee weken later weer grotendeels te switchen naar Obama. Zwarte kiezers stemmen voor bijna 100% voor Obama; hun invloed zal echter beperkt zijn, daar de meesten wonen in traditionele blue states die toch al vrijwel zeker voor Obama zijn. De invloed van onafhankelijke kandidaten, zoals Ralph Nader en Bob Barr (Libertarians) lijkt ditmaal verwaarloosbaar.
Bron: Wikipedia
|