1. De eerste zes weken mag je domme vragen stellen
Alles is nieuw. Je zit in een vergadering en weet nauwelijks waar ze het over hebben. Vraag de dingen die je niet weet. Na zes weken kan dat niet meer, dan vindt iedereen dat je inmiddels op de hoogte moet zijn.
2. Ga op tijd naar bed en zet andere activiteiten tijdelijk op een lager pitje
De overgang tussen studie en werk is vaak zwaarder dan je denkt. Elke dag vroeg op, in de file of met de trein, je bent het niet gewend. Gapend achter de computer of in een werkoverleg maak je een weinig alerte indruk. Geef jezelf tijd om te wennen. De prioriteit ligt nu bij werken. Probeer dit een eerlijke kans te geven, bijvoorbeeld door weg te gaan uit je studentenhuis. Gebruik voorlopig het weekend om feest te vieren.
3. Ontdek hoe de organisatie in elkaar zit
Zorg dat je een organisatieschema te pakken krijgt. De afdeling waar je werkt zit niet in een vacuüm, maar maakt deel uit van een groter geheel. Zoek uit wat andere onderdelen van het bedrijf doen, en vul de namen in van mensen die op een belangrijke plek zitten. Wie weet, heb je ze ooit nodig.
4. Wees je bewust dat theorie iets anders is dan praktijk
In de praktijk gaan zaken vaak anders dan je in je opleiding geleerd hebt. Misschien doen ze in jouw ogen van alles fout, ook al zijn de resultaten goed. Mogelijk heb je zelfs gelijk. Toch werkt het niet om met kritiek te komen voor je hebt uitgezocht, waarom ze doen zoals ze doen. Pas daarna kunnen je suggesties om iets op een andere manier aan te pakken effect hebben.
5. Leer de geheimtaal
Ieder bedrijf heeft uitgesproken en onuitgesproken codes. De afkortingen bijvoorbeeld. Werk je bij een afdeling die VLO heet, dan weet je zelf dat dit Vorming en opleiding, Loopbaanbegeleiding, Onderzoek en ontwikkeling betekent. Maar die 600 andere afkortingen? Vooral tijdens een vergadering vliegen de lettersamenstellingen je om de oren. Noteer alle afkortingen die je in de eerste maand hoort met de betekenis ervan op een lijstje. Na zes weken heb je de belangrijkste gehad, en je praat onbekommerd mee.
6. Geef je grenzen aan
Een beginnend beroepsbeoefenaar is iets anders dan een slaaf. Toch zijn er vormen van bedrijfscultuur waarin het normaal is dat je dagen maakt van veertien uur, en dat je in het weekend een tas vol werk mee naar huis neemt. Je bent ervoor gewaarschuwd, maar in je enthousiasme voor de baan ga je over je eigen grenzen (en die van je partner) heen. Je wilt nu eenmaal carrière maken, en dat is je goed recht. Maar bedenk dat een professional die geen nee kan zeggen een slechte professional is.
7. Bijdehand is iets anders dan arrogant
Je wilt salarisverhoging, en je vindt dat je dat waard bent. In je hart denk je dat je met een te laag beginsalaris akkoord bent gegaan, als je hoort wat collega's verdienen. Als je daarover wilt praten, moet je kunnen aantonen wat je tot dan toe gepresteerd hebt, en niet zomaar uit de losse pols roepen dat je meer geld wilt hebben. In een functionerings- of beoordelingsgesprek zorg je dat nieuwe afspraken op papier worden vastgelegd.
8. Hou je mening over je nieuwe baas voor je
Wacht nog even voor je in alle openheid je mening over de werkvloer en je privé-leven aan een nieuwe collega geeft. Na drie maanden blijkt misschien dat die collega helemaal niet te vertrouwen is.
9. Neem de tijd om te groeien
Je begint als junior, en krijgt al snel het gevoel dat je geen junior meer bent. Maar wat ben je dan wel? Tussen tafellaken en servet, zoals een oude uitdrukking dat noemt. Gebruik die periode om fouten te maken, briljante ideeën te opperen, te leren, ervaring op te doen. Je kunt tenslotte nog jarenlang senior zijn.
10. Word lid van de feestcommissie
Voor het organiseren van borrels en feestjes is altijd een voorbereidingsgroep nodig. Als je in die groep gaat, leer je iedereen kennen. Je ziet hoe alles informeel geregeld wordt (daar kun je zeer veel aan hebben). En ten slotte: daar zitten ook de andere leuke mensen in.